Lees hier het verhaal van..

Egbert Beens de boswachter

Reeën spotten in het voorjaar, heerlijk om te mogen genieten van al het nieuwe leven. De moerasvogels komen terug van hun winterverblijf uit Afrika. De eerste dotterbloemen kleuren de kaalgeschoren rietlanden geel. En de reeën laten zich volop zien. Over reeën gesproken, vaak denken mensen dat de reeën alleen in de bossen van de Veluwe of in die van Drenthe voorkomen, maar dat is niet zo. Reeën kun je overal tegenkomen zelfs op een industrieterrein waar een beetje groen, dekking en rust is, loopt er wel eens één rond te stappen. In het moeras van het Nationaal Park Weerribben-Wieden kun je ze in alle uithoeken spotten.

Bezoekerscentrum Ossenzijl

Ontdek het prachtige gebied

Kom eens binnen kijken om buiten meer te zien. In het buitencentrum van Staatsbosbeheer is een toeristisch informatiepunt en veel informatie over het natuurgebied. Regelmatig zijn er leuke activiteiten zoals een vaartocht met de boswachter. Bekijk ook de virtuele tour van het buitencentrum.

Geniet van de natuur

Reeën spotten in de Weerribben

In de Weerribben zelf komen ongeveer 300 a 350 reeën voor. Jaarlijks gaan de boswachters van Staatsbosbeheer, vrijwilligers en de jagers van de wildbeheereenheid op pad om de reeënpopulatie tellen.

Dit gebeurt altijd eind maart begin april. Opgedeeld in groepjes gaan de deelnemers op pad met een bootje en/of auto en tellen we de aanwezige reeën in de verschillende telgebieden. Om een goed beeld te krijgen van de aanwezige populatie tellen we drie keer achter elkaar hetzelfde gebied. We beginnen met de avondtelling, de volgende morgen, een ochtendtelling en daarna 's avond weer een telling.

De reden dat we het op deze manier doen is dat je dan de grootste kans hebt om de juiste aantallen in kaart kan brengen. Ja, waar let je nou op als je echt het ree wil zien. Als boswachter kom je natuurlijk vaker in je gebied en weet je ongeveer waar ze voorkomen. Maar toch is zo’n telronde altijd weer afwachten. Het weer kan van invloed zijn of ze zich wel of niet laten zien. Als het nat, guur en koud is blijven ze vaak in de beschutting van het bos staan.  Als het warm en mooi weer is blijven ze vaak lekker liggen herkauwen in het gras of riet en steekt hun kop en/of gewei net boven het maaiveld uit. Dus goed speuren met je verrekijker over de velden is een must, want je ziet ze gauw over het hoofd.  Als we ze zien dan kijken we of het een geit of bok is.  Aan de bouw van het lichaam kun je inschatten of het een jong of een ouder dier is. Wel of geen gewei geeft aan of het om een bok of geit gaat. Ook aan de spiegel van het ree kun je zien of het en mannetje of een vrouwtje betreft. Het vrouwtje bedekt de spiegel (de witte achterkant) met een wit schortje. De bok kun je herkennen aan het penseel (geslachtsorgaan). 

Reeën hebben rust, ruimte en voedsel nodig. Voedsel is er genoeg in de Weerribben, ze eten blaadjes knopjes van struiken en bomen, sappige grasprietjes, kruiden, mossen en paddenstoelen. Het zijn echte knabbelaars, ze eten de hele dag door. Reeën zijn voornamelijk 's nachts en in de vroege ochtend actief. De kans om ze te zien is dan het grootst. Als de mens ontwaakt trekken ze zich terug en zoeken de rust en dekking op. De eerste reekalfjes worden in mei geboren. Soms laat moeder de geit haar kalfje alleen, opgejaagd door een loslopende hond drukt ze het jonge kalfje tegen de grond en vlucht ze weg.

Als u als bezoeker zo’n bambi tegenkomt, niet aanraken, lekker laten liggen. Moeder is altijd in de buurt. Wat wel van belang is dat u de honden aan de lijn houd, niet alleen in het voorjaar maar het jaar rond.

Staatsbosbeheer organiseert ieder voorjaar speciale reeënexcursies. Voor meer informatie kunt u terecht bij Buitencentrum De Weerribben, Hoogeweg 27 in Ossenzijl of op de website van Staatsbosheer